Ja, dat noemen wij dan het ETL- of ELT-proces. Daar zitten veel stappen in, maar het belangrijkste is de data eruit halen, extract, de E. En dan heb je de T, transform, en de L, load. En voor al die stappen, en nog veel meer, hebben ze wat gevonden. Dat is eigenlijk de kern. Voor het eruit halen heb je nu Fabric Data Pipelines, dat vroeger Data Factory heette en technisch ook bijna hetzelfde is. Daarmee heb je heel veel connectors en kun je eigenlijk heel makkelijk pipelines maken om data mee op te halen en eventueel te transformeren. Er zit ook een mooie computekern in, Spark. Tegenwoordig kun je ook gewoon Python en wat andere dingen draaien, maar Spark is eigenlijk de kern waar het meest op draait. Daar kun je notebooks en code op draaien en al je transformaties mee doen. Het heeft OneLake, dat is eigenlijk de opslag waar alles in landt. Dat kan in verschillende vormen. Ik denk dat de kracht ervan is dat het eigenlijk een soort abstractieniveau is. Een soort grote black box waar je alles in kan stoppen en er weer uit kan halen wat je nodig hebt, zonder dat je je heel druk hoeft te maken over wat er allemaal gebeurt. En uiteraard, als sluitstuk, Power BI aan het uiteinde, waarmee je mooie rapportages aan eindklanten kan laten zien. En van al die stappen kun je ook net wat andere onderdelen gebruiken of dingen uitwisselen. Maar dat is eigenlijk de kern van waar de meeste mensen het voor zullen gebruiken.